Reactie op bomenbeleidsplan gemeente Bronckhorst

Het eerste bomenbeleidsplan van de gemeente Bronckhorst is binnenkort een feit. Helaas straalt het concept nog weinig ambitie uit. De gemeente laat er niet in zien dat ze trots is op het groen in de kernen en het buitengebied. Ze noemt niet de 125 locaties in onze gemeente met monumentale bomen die landelijk in de belangstelling staan.De gemeente stelt dat het landschap en de kernen in Bronckhorst veranderen door de schaalvergroting in de landbouw, de toename van recreatie en toerisme, stijgende verkeersdruk (ondanks de vergrijzing en afname van de bevolking?) en veranderende wensen ten aanzien van wonen en werken. Juist die noodzaken volgens Vereniging Bomenbelang meer aandacht voor het behoud van het bestaande groen en aanplant van nieuwe bomen.

Alle positieve zaken die aan bomen vastzitten, komen in de gemeentelijke visie nauwelijks aan bod, zoals het belang van bomen voor de gezondheid, natuur en milieu, flora en fauna, recreatie en toerisme, het microklimaat en de luchtkwaliteit.

Positief in het plan is echter dat de nieuwe strategie van de gemeente er op gericht is een duurzaam bomenbestand na te streven en de betekenis van bomen in de kernen en verschillende landschappen te versterken. ‘Groeiplaatsen voor bomen moeten verbeterd worden ongeacht de omstandigheden ter plekke (parkeerdruk, bedrijvigheid)’. Dat klinkt al veel beter.

Het landschap verandert voortdurend en beweegt mee met het gebruik van haar bewoners, aldus de gemeente. Je kunt ook zeggen dat het landschap op zich niet verandert, tenzij mensen en de gemeente het een andere bestemming geven. De kritiek is juist dat het landschap in de Achterhoek aangetast wordt door bijvoorbeeld intensieve landbouw.

‘Door de groei van de kernen zijn veel landwegen met hun beplanting ingelijfd door de bebouwde kom. Hoewel de structuur waardevol kan zijn, voldoet de boomsoort niet binnen die veranderde functie. Vervanging door een andere boomsoort kan het groene karakter bestendigen’. Dit geeft alleen maar aan dat bomen tot  nu toe altijd op de tweede plaats kwamen en dat bomen dus niet bepalend waren voor de inrichting van wegen en kernen, terwijl die bomen zeer waarschijnlijk de enige levende elementen zijn die ook nog het langst mee gaan. Als we de bomen tenminste met rust laten.

Vervlechting met bestemmings- en landschapsontwikkelingsplan

Willen we het Bomenbeleidsplan tot uitvoering brengen, dan is het van groot belang dat het verankerd en vervlecht raakt met twee andere plannen die de gemeente hanteert bij het beschermen en herstellen van de houtopstanden in de kernen en in het buitengebied: het bestemmingsplan en het landschapsontwikkelingsplan. Waarbij het bestemmingsplan solitaire bomen, houtwallen en bosjes beschermt als onderdeel van landschappelijk waardevol agrarisch gebied en het landschapsontwikkelingsplan het beheer en onderhoud en versterking/ontwikkeling van houtopstanden in het buitengebied uitwerkt.

Het bestemmingsplan is in eerste instantie conserverend van aard: het beschermt de aanwezige waarden. In het bomenbeleidsplan kan een afwegingskader uitgewerkt worden waarin staat wanneer het toelaatbaar om bomen te kappen.

Landschappelijke versterking

Wat in het huidige bestemmingsplan tot nu toe ontbreekt, is een ontwikkelingsgerichte werkwijze waarbij bij ingrepen in natuur en landschap altijd een versterking van natuur en landschap plaatsvindt. Natuurlijk wordt bij nieuwe bouwwerken gevraagd om landschappelijke inpassing, maar dat is niet altijd op afdoende wijze mogelijk.

De provinciale Omgevingsvisie biedt hier een mooi instrument aan aan gemeenten, namelijk het vereveningsbeleid. Weliswaar vraagt de provincie dat alleen voor ontwikkelingen in de zogeheten Groene ontwikkelingszone, maar de gemeente heeft de vrijheid om dit instrument breder in te zetten.

Vereniging Bomenbelang Bronckhorst beveelt dit instrument van harte aan, omdat het de gemeente de mogelijkheid biedt om structureel te werken aan versterking van de landschappelijke kwaliteit. In Bronckhorst komt dit neer op het versterken van de structuur van houtwallen, bosjes en markante solitaire bomen in graslandpercelen. Een beperkte financiële bijdrage bij elke ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied kan zo een mooie financiering vormen voor de ontwikkelingsdoelstellingen uit het landschapsontwikkelingsplan.

Boscompensatie

Een tweede financieringsvorm voor versterking van de groenstructuur in het buitengebied bestaat uit de compensatieverplichting van de nieuwe Wet Natuurbescherming, die sinds 1 januari van kracht is. Waar de provincie vanaf september 2014 tot heden de verantwoordelijkheid voor boscompensatie aan de gemeenten liet, legt het Rijk die verantwoordelijkheid nu weer bij de provincie neer. Bovendien is nu ook de verplichting  opgenomen dat bos dat moet wijken voor een andere bestemming, eveneens gecompenseerd moet worden. Dit betekent dat in onze bosrijke gemeente een structurele behoefte zal ontstaan aan compensatielocaties.

Let wel: deze compensatieverplichting zal ook gelden voor vrijwel alle bermbeplantingen. Zodra de bomenrijen die daar staan, voldoen aan de Boswet, is ook daar de compensatieverplichting van kracht. Kan om bepaalde redenen niet op dezelfde plek worden teruggeplant, dan zal dat op een andere locatie moeten gebeuren!

Buiten de bebouwde kom zal het landschapsontwikkelingsplan de plek kunnen zijn waarin mogelijke en al verworven compensatielocaties voor kap buiten de bebouwde kom staan weergegeven. Met twee financieringsbronnen mag het ambitieniveau van het landschapsontwikkelingsplan wel wat omhoog. Het traject naar een herziening zou breder ingestoken moeten worden.

Het bomenbeleidsplan zou in deze samenhang vooral een afwegingskader moeten bieden voor beslissingen over het wel of niet kappen van een boom. Daarnaast wordt de groenstructuur binnen de bebouwde kom ermee bestendigd. Zowel de keuze voor de aard en vorm van de Groenstructuur als de criteria voor kap zonder terugplanten als kap met terugplanten, worden hierin beschreven.

Inbreng derden

Wij waarderen het dat gemeente belanghebbenden de ruimte geeft om hun visie in te brengen op het bomenbeleid. Tegelijkertijd vraagt Bomenbelang zich af hoe de gemeente kan borgen dat onze bijdragen uiteindelijk ook in het beleid worden opgenomen en nog belangrijker: dat dit beleid wordt geïmplementeerd in de uitvoeringspraktijk van de ambtelijke organisatie.

Uit eerdere ervaringen, onder andere met het Groenstructuurplan, bleek dat de gemeente heel veel energie stopt in het betrekken van burgers bij het praten over nieuwe beleid, maar dat daarna van die inbreng nauwelijks iets terug te vinden valt in de definitieve documenten, laat staan in de uitvoering. Daarbij komt dat dit beeld in een vrij recent vergelijkend onderzoek over burgerparticipatie in het gemeentelijk beleid het algemene beeld te zijn bij de gemeente Bronckhorst: iedereen mag meepraten, maar het uiteindelijk effect is amper zichtbaar. En dat is zonde van alle kennis en ervaring die ongebruikt blijft liggen.

Op 1 december ontving Vereniging Bomenbelang het definitieve bomenbeleidsplan. In januari komt het college van B & W met haar reactie, waarna de raadscommissie het plan in februari behandelt en de gemeenteraad vervolgens in maart een besluit neemt over het bomenbeleidsplan.

Binnenkort kunt u hier de definitieve reactie van Bomenbelang op het plan lezen. Deze zal niet heel veel verschillen van bovenstaande reactie, omdat in het definitieve plan weinig wezenlijke wijzigingen te vinden zijn.

De betrokken groenambtenaren hebben half januari laten weten alsnog een belangrijke wijziging te willen aanbrengen in het plan. Daarom komt de klankbordgroep op 24 januari voor een laatste keer bijeen. Daarbij is ook wethouder Seesing aanwezig,